Farao
het licht valt vreemd te hopen
voor hen die hier binnen slopen
werd heter dan de tropen, de hel
een felle bel om af te stropen
Joera
Farao
het licht valt vreemd te hopen
voor hen die hier binnen slopen
werd heter dan de tropen, de hel
een felle bel om af te stropen
Joera
magnetische velden
geneeskrachtige handen
in het duister kan je me niet aanraken
en in het licht kan je me niet bepalen
ik kan de gebedsmolen niet terugdraaien
als druppel in hoofd, barnstenen karaf
slijm en slijk in wassen beelden
gele regen, gebarsten aarde
droog liggende terreinen
eenzame straten zonder namen
in straten zonder nadenken
zwarte tirannen ingehouden adem
misschien reïncarneer je in boomring
misschien in mustang
misschien vaar je in zonnebloemveldje
naakte slak
vliegenzwam zachter dan paarse kwal
pauwenveer, regenboogforel
ademhaling van kieuwen
hoofd als waaier
rechte berk, grijze reiger
met je gele haar in de paarse bomen van de nacht
blauwe geschiedenis, mimosa, eucalyptus
Joera
Planeten zien met blote ogen
sommige priesters genazen op langere afstand
andere op kortere afstand
projecten, objecten, sculpturen
mag er zuiver bloed door mijn aderen stromen
een hoog en groots geluk
muren omver gezongen
man uit Karpaten met Bijbelse krachten
sessie en seance, vlees en bloemen
lage bestanddelen, voorgoed ontdooit
struiken van krekels en glimwormen
wolk van een baby, toefje peterselie
twee stramme benen leunen op de wereld
bescheiden grot, bescheiden rots
raadsel van groei, schorpioenen aan muren
overkoepelende maan, dubbele ramen
licht in het schip van de tijd
Siberische tijger, aandelen
Tao spiegels hangen aan takken
rangschikken, ordenen, integreren
geen God, geen lot
geen gezang, geen ontzag
ijzige wind uit het heldere voorhoofd ontsnapt.
Joera
tocht
duizend zonnen later
hoog aangekomen
in het traphuis van zwarte tapijten
briest de blauwe tijger
ver over de noordkant
strakke huid geenszins verlegd
dan het suizen van de gele maan.
Joera
Sterfte
in deze cosmetische kometische kosmische zon
bloedend in haar oorsprong
gaat zij ten onder
in zacht murmelend water
toen zag ik duizelend
van het vreemde schemerende vocht
haar blanke huid het ruim in tuimelen
als schreed door beemden de onzichtbare
gekleed in scheuren
van zich vooroverbuigend hangend licht
in trage steilten
leeggemaakt als het volkoren van de molenwiek
op slag gerijpt
tot slangenmelk en vissenbloed
de huid aftastend
en in de zee niet zichtbaar meer.
Joera
Hoe kwamen zijn snijdende wonden daar
de brug is afgezet, wordt de oorlog
op ander gebied uitgevochten
Duitsers: directe afstammelingen
van oude Grieken: mediamiek orgasme
met een karateklap het brood
het overleden huis, dode mus
geest verwaait in de wind
Egyptenaren verplaatsen stenen
met gedachten, vernietigend geloof
achter verwrongen handen gele koorts
toorts tot in de hemel
ongemerkt als een zenuwslopende ziekte
terug naar de schepping
naakt te hoepelen, op scharnieren van tijd
diamantslijpers verdwijnen in octaven
duizenden emoties, eilanden
heerser in kooi: zwaargewond
icoon van de werkelijkheid
duizend stromenland
heimwee naar de poel
over een uur sta ik aan de haven
ondertoon van onderstroom.
Joera
Een en hetzelfde ding
gemene deler uiterst dubieus
in wezen zijn wij onzeker
de jaren hebben hun tekens verlaten
tik van gen
verlate oorlogsslachtoffer
pretpark: de andere wereld
een iegelijk, altegader
vertekend te verscheiden
horizontale vlam
uitgestrekte hemel
dalende premies
stenen vogel opgezet in woud
glasvezel onder de sterren
paars hart in een verbeten tijd
beschaving schaven, gure wind tegen weerkaatsing in
Arisch, Sanskriet, Indo-Germaanse talen
bescheiden, deemoedig, meewarig
vuurvreter, buikspreker, degenslikker
traditie, document, verborgen schouwen
schaduw en verdringing
licht en donker
duisternis van ontkenning
Joera